Wetenschap wereldwijd

Is er een relatie tussen voeding en het ontstaan en/of verergeren van acne?

  • Artikel
  • Samenvatting

Voeding en acne

Originele titel:
Diet and acne

Het onderzoek:
In het artikel van Bowe en collega’s worden resultaten van het onderzoek naar de relatie tussen voeding en acne besproken. Op basis van deze publicaties concluderen de auteurs dat voeding met een hoge ‘glycemische last*’ acne kan verergeren. Ook lijkt de inname van zuivelproducten en acne (zwak) geassocieerd te zijn. De invloed van omega 3-vetzuren, antioxidanten, zink, vitamine A en voedingsvezels op acne is nog niet vastgesteld.

Acne is wel-niet-wel gerelateerd aan voeding
In de afgelopen decennia is verschillend gedacht over de relatie tussen voeding en acne.

In de Verenigde Staten was voor 1960 een advies over voeding een belangrijk onderdeel van de behandeling van acne. Aangeraden werd om geen chocolade, vet, zoetigheid en koolzuurhoudende dranken te gebruiken.

In 1969 en 1971 werden resultaten van twee studies gepubliceerd die aantoonden dat voeding niet gerelateerd was acne. Deze resultaten leidden tot een nieuw advies: acne is niet gerelateerd aan voeding.

Aan beide studies is echter behoorlijk wat aan te merken. In de ene studie werd naar het effect van chocolade gekeken: de ene helft proefpersonen at elke dag een reep met chocolade, terwijl de andere helft een reep at zonder chocolade. Dat geen verschil in acne tussen deze groepen werd gevonden, kan gelegen hebben aan het feit dat de reep zonder chocolade even veel suiker en vet bevatte als de reep met chocolade. Ook duurde de testperiode kort, terwijl het ontstaan van mee-eters op de huid langer de tijd nodig heeft. In de tweede studie werd gekeken naar de invloed van het gebruik van chocolade, melk, geroosterde pinda’s of cola op acne. Geen relatie werd gevonden, maar doordat gebruik werd gemaakt van een hele kleine groep proefpersonen lijken de resultaten minder betrouwbaar.

In de afgelopen jaren zijn meerdere studies gepubliceerd waarin gekeken is naar de invloed van voeding op acne en lijkt een relatie aangetoond voor melk en voor voeding met een hoge glycemische last.

Mogelijke relatie tussen acne en de inname van zuivelproducten
In 2005 hebben onderzoekers (onder leiding van Adebamowo) aan 47.355 volwassen vrouwen gevraagd wat zij aten en dronken gedurende hun schooltijd. Ook werd gevraagd of een dokter ooit bij hen de diagnose ‘zware acne’ had gesteld. Uit deze interviews kwam naar voren dat de hoeveelheid melk die gedronken was door de deelnemers aan het onderzoek, gerelateerd was aan acne. Opvallend was dat alleen magere melk geassocieerd was met acne en niet halfvolle melk of volle melk. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat magere melk minder oestrogeen bevat, een hormoon dat acne vermindert. Ook deze studie heeft een aantal tekortkomingen. Het is voor de deelnemers van het onderzoek lastig om de hoeveelheid melk die ze hebben gedronken tijdens hun schooltijd precies te herinneren. Daarnaast kregen patiënten met acne vroeger het advies om geen frisdrank te drinken. Dit zou de acne namelijk verergeren. Als deze vrouwen inderdaad frisdranken vermeden, was het gebruik van melk onder deze groep meer waarschijnlijk. Deze vrouwen zouden dan juist meer melk hebben gedronken als gevolg van acne.

Deze zelfde groep onderzoekers voerde een vergelijkbaar onderzoek uit onder 6094 meisjes van 9 tot 15 jaar. In dit onderzoek werd een relatie gevonden tussen alle soorten melk en acne. Ook voerde ze een studie uit onder 4237 jongens. Ook hier werd een relatie gevonden tussen inname van magere melk en acne.

Geconcludeerd wordt dat binnen drie verschillende groepen een relatie is aangetoond tussen melk inname en acne. De relaties zijn echter statistisch gezien zwak. Vervolgonderzoek, met meer bewijskracht, zal de relatie tussen de inname van zuivelproducten en acne moeten bevestigen.

De relatie tussen inname van koolhydraten en acne
Het meest overtuigende bewijs van de relatie tussen acne en glycemische last wordt geleverd door een studie van Smith en zijn collega’s. In een groep mannen van 15-25 jaar verbeterde acne na een dieet met een lage glycemische last. Echter hield het dieet ook in dat de inname van vet en voedingsvezels werd verlaagd. Onder invloed van het dieet daalde het gewicht van de deelnemers. Deze factoren kunnen van invloed zijn geweest op de verbetering van de acne. Het dieet zorgde ook voor een daling in androgeen index (hormoon). De uitkomsten gelden daarom niet per se ook voor (jonge) vrouwen.

De zelfde onderzoekers toonden aan dat een dieet met een lage glycemische last ook een positief effect heeft op de samenstelling van talg en daarmee op acne. Ook in dit onderzoek namen alleen jonge mannen deel.

Een belangrijke aanwijzing voor het effect van voeding op acne wordt geleverd door vrouwen die lijden aan het polycysteus-ovariumsyndroom. Patiënten worden behandeld met glucose-verlagende medicijnen. Als ‘bijwerking’ hebben deze medicijnen ook een positief effect op acne.

Onvoldoende onderzoek naar het effect van omega-3 vetzuren op acne
De inname van omega-3 vetzuren in vergelijking met de inname van omega-6 vetzuren, speelt mogelijk een rol bij acne. Een relatief hoge inname van omega-3 vetzuren onderdrukt het ontstaan van ontstekingsreacties en heeft daarom mogelijk een positief effect op acne. Deze theorie is echter onvoldoende getoetst.

Behandeling met antioxidanten mogelijk effectief
Zuurstofradicalen spelen een rol bij het verergeren en ontstaan van acne. Medicijnen met antioxidatieve werking of antioxidanten, die zuurstofradicalen wegvangen, kunnen mogelijk ingezet worden als behandeling van acne. In een aantal studies zijn aanwijzingen gevonden dat de aanwezigheid van antioxidanten een rol speelt bij acne.

Eén studie toont aan dat patiënten met acne minder vitamine A en E (antioxidanten) in het bloed hebben dan proefpersonen zonder acne. Ook is aangetoond dat bepaalde flavonoïden (afkomstig van planten) en resveratrol antibacterieel werken en ingezet kunnen worden tegen Propionibacterium acnes, een belangrijke factor bij acne.

De inzet van antioxidanten bij de behandeling van acne lijkt veelbelovend. In studies moet echter nog worden aangetoond dat behandeling met antioxidanten leidt tot een significant resultaat.

Gebruik zink effectief, maar heeft bijwerkingen
Zink is een belangrijk element bij de ontwikkeling en het functioneren van de huid. In meerdere studies is aangetoond dat de orale toediening van zink een positief effect heeft op ernstige acne, meer dan op een milde vorm van acne. De doses die gebruikt werden waren echter relatief hoog, met als gevolg de volgende bijwerkingen bij de deelnemers aan het onderzoek: misselijkheid, braken en diarree.

Gebruik vitamine A effectief, maar heeft bijwerkingen
Behandeling van acne met (orale) vitamine A is effectief. Inname van teveel vitamine A kan echter leiden tot ernstige bijwerkingen zoals botontkalking of aangeboren afwijkingen bij overmatig gebruik van vitamine A tijdens de zwangerschap.

Voedingsvezels en acne
Onduidelijk is wat het effect is van de inname van voedingsvezels op acne. Deze relatie is onvoldoende onderzocht.

Jodium en acne
Het gebruik van jodium kan leiden tot een uitbarsting van puistjes, maar is niet gerelateerd aan het ontstaan van mee-eters.

Conclusie: acne is gerelateerd aan voeding
De auteurs van dit overzichtsartikel concluderen dat is aangetoond dat een relatie bestaat tussen voeding en acne. Hoewel de relatie tussen voeding met een hoge glycemische last en acne sterker is dan de relatie tussen zuivel en acne, moet bij de behandeling van patiënten met acne aandacht worden besteed aan hun inname van zuivel.

 

Behandeling van acne is in de meerderheid van de gevallen heel succesvol. Maar het is wel een zaak van lange adem. Acne heeft niet één simpele oorzaak, en evenmin één simpele oplossing. Lees op de weblog van dr. Jetske Ultee ook meer over de juiste huidverzorging bij acne

Soort studie:
Review (4 sterren)

Jaar:
2010

Auteurs:
W.P. Bowe, S.S. Joshi, A.R. Shalita

Wetenschappelijk tijdschrift:
Journal of the American Academy of Dermatology

Link:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20338665